Ik wil ook een lief

Foto bij artikel
Artikel uit De Standaard. Op elk potje past een dekseltje, zei mijn grootmoeder elke keer als een van haar puberende kleinkinderen zich afvroeg hoe het ooit aan een lief moest geraken.

Hoe dat zat met potjes waar een oor af was, daar liet ze zich nooit over uit. In Ik wil ook een lief, de nieuwe
reportagereeks van Vier, komen achttien dergelijke potjes-zonder-oren aan het woord. En dan blijkt dat de bijpassende deksels niet zomaar voor het grijpen liggen.
Ga maar eens de versiertoer op als je zoals Frank (30) aan een spierziekte lijdt waardoor alles wat je zegt op dronkemanspraat lijkt. ‘Laatst zit ik met een meisje op café’, vertelde hij in de eerste aflevering, ‘en wil ik iets zeggen, maar ze verstaat me niet. Dus zeg ik het opnieuw, maar ze verstaat me weer niet en ze vraagt: “Drinkt gij niet wat veel?” Daar was ik echt niet goed van.’ Dat ben je als kijker ook niet, temeer omdat je zélf de grootste moeite hebt om Franks relaas te verstaan, waardoor de reactie van ...het meisje vervelend invoelbaar wordt.
Toch loopt niet enkel hun beperking deze jongeren bij hun zoektocht naar een lief voor de voeten. Wie gisteren met de ogen dicht naar het relaas van Thomas luisterde, een Antwerpse student rechten met een aangeboren kleine gestalte, zou gemakkelijk hebben kunnen denken dat het enige dat hem op de relatiemarkt beperkte, onze beheptheid met centimeters was. Maar als Thomas het ‘een soort van revolutie’ noemt dat hij op zijn vijfentwintigste voor het eerst in zijn leven over de telefoon een afspraakje heeft geregeld, besef je hoe de afstand die een fysieke handicap tussen mensen genereert, ook in de psyche ravages kan aanrichten. En hou je je hart vast als je Thomas met een veel te voorbarige bos bloemen de deur uit ziet gaan, op weg naar zijn blind date.
Niet dat jongelui met een handicap zich zelf nooit aan discriminatie bezondigen. ‘Daar begin ik niet aan’, zegt Frank als hij op een datingsite voor jongeren met een beperking op een meisje stoot dat dezelfde handicap heeft als hij. ‘Twee rolstoelen, jong, dat is niet te doen. Mijn vorige vriendin zat ook in een rolstoel. Het duurde altijd een kwartier voor we weg waren met de auto.’ Liever regelt hij een date met ­Annelien, die aan een verkeersongeluk een hersenletsel en evenwichtsstoornissen heeft overgehouden. ‘Dik in orde’, is zijn oordeel na een eerste treffen, tevreden dat zij ook een beperking heeft zodat hij zich in de relatie niet de mindere hoeft te voelen. Maar als zij afhaakt en heel eerlijk zegt dat zijn grote hulpbehoevendheid haar afschrikt, valt het hem hard te worden afgewezen door iemand met een handicap, omdat hij een grotere handicap heeft. ‘Ze zoeken de prins op het witte paard, hé. Geen prins in een rolstoel.’ Ik wil ook een lief is integer gemaakt. De geportretteerden worden in hun waarde gelaten en zijn ook goed gecast. De makers werken niet naar een happy end toe. Dat maakt het programma eerlijk, maar ook schrijnend.

Datum van publicatie in medium: 
18 september 2013 om

Reacties

===Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Lines and paragraphs break automatically.

More information about formatting options

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.