Taalwijzer

Lees ook

Politiek correcte termen zijn niet altijd even duidelijk en verstaanbaar. Soms zijn ze ook te lang voor de beperkte ruimte van een krantenkop of artikel. Belangrijker dan woorden is ook de visie die erachter schuilt. Toch - of juist daarom - mag men niet te licht over de taalkwestie heen gaan.
 
Woorden zijn niet louter functioneel en beschrijvend, maar hebben altijd connotaties. Men kan ons overgevoelig noemen, maar het is nog niet zo lang geleden dat men ons net zo achteloos ‘debiel’ of ‘mismaakt’ noemde. Nu zeg men soms nog altijd ‘gebrekkig’, ‘achterlijk’, ‘kreupel’ of ‘zwakzinnig’.
 
‘Mindervalide’ en zelfs ‘andersvalide’ stuiten intussen ook op protest. Die constante reflecties en evoluties maken de job van journalisten er niet makkelijker op, maar ze getuigen wel van een interessante mentaliteitsverandering! Lees dus verder over de do’s en don’ts:

  1. Vaak voorkomende fouten
  2. 'Gehandicapt': mag het of niet?
  3. Niet zijn, maar hebben
  4. Benoem persoon en handicap apart
  5. Handicap of beperking?
  6. Geuzennamen
  7. Woordenlijst


1. Vaak voorkomende fouten

  • Rolstoelpatiënt’: puur taalkundig klopt dit niet, want een rolstoel is geen ziekte. Maar er is meer aan de hand. Een patiënt ben je op het moment dat je bij de dokter of in het ziekenhuis bent. ‘Rolstoelpatiënt’ degradeert mensen met beperkte mobiliteit tot de slachtofferrol van een eeuwige patiënt. De correcte term is ‘rolstoelgebruiker’!
  • Gekluisterd aan een rolstoel’: deze uitdrukking is een dramatische voorstelling van een zielig slachtoffer. Niet echt bevorderlijk voor de vermenselijking van personen met een handicap, noch een correcte beeldvorming van mensen die net als iedereen deelnemen aan de samenleving. Ook puur objectief klopt dit niet: rolstoelgebruikers zitten niet altijd en overal in hun rolwagen!
  • Lijden aan’ benadrukt opnieuw het negatieve en meelijwekkende. Het gebruik ervan is zoals vaak onbewust en automatisch. Zo leest men dat een kind ‘lijdt aan’ asperger in een artikel dat verder volledig gewijd is aan de meerwaarde van asperger voor de IT-sector.
  • Mindervalide / Andersvalide: mensen met een handicap zijn niet anders en zeker niet minder! Ze hebben gewoon een handicap...


2. ‘Gehandicapt’: mag het of mag het niet?
Het is niet verboden. Het is soms een makkelijk, want relatief kort woord. Toch genieten ‘mensen met een handicap’ of ‘personen met een handicap’ de voorkeur. Deze uitdrukkingen worden meer en meer gebruikt door (verenigingen van) mensen met een handicap zelf.

3. Niet zijn, maar hebben
In plaats van: "Zijn zus is gehandicapt," zeg je beter: "Zijn zus heeft een handicap." De eerste zin komt immers zo over alsof je zijn zus reduceert tot haar handicap, alsof ze naast dit ene aspect niet ook nog een heleboel andere persoonskenmerken heeft. Dit uitgangspunt, gesymboliseerd door twee banale werkwoorden, biedt veel kansen voor de creatieve redacteur!

4. Benoem de persoon en de handicap zoveel mogelijk apart.
Zo geef je aan dat de persoon meer is dan zijn of haar beperking. Blinde mensen, dove leerlingen, acteurs met een functiebeperking, mensen met een chronische ziekte…

5. Handicap of beperking?
Het sociaal model maakt een onderscheid tussen 'functiebeperking' en 'handicap'. 'Handicap' slaat hier vooral op de maatschappelijke belemmeringen. Om de objectieve beperking te benoemen, kun je spreken van een functiebeperking (algemeen), fysieke beperking, verstandelijke beperking (vroeger ‘mentaal gehandicapten’), visuele beperking (blind of slechtziend), auditieve beperking (doof of slechthorend),…
Handicap’ is echter de standaardterm, omdat functiebeperkingen helaas nog altijd samengaan met maatschappelijke drempels. Mensen met een handicap hebben dus niet alleen een functiebeperking, maar worden ook (of vooral) beperkt door ontoegankelijkheid, discriminatie, vooroordelen en een gebrek aan gelijke kansen. De term ‘handicap’ erkent deze realiteit.

6. Geuzennamen
Hetzelfde woord kan iets anders betekenen, als het gezegd wordt over de persoon of door de persoon zelf. ‘Janet’ is een scheldwoord, maar sommige homo’s reclaimen deze term en noemen zichzelf met herwonnen trots een janet. Neem dus niet zomaar geuzennamen over, tenzij je over jezelf praat! Mensen met een handicap gebruiken in Vlaanderen niet zo vaak geuzennamen. In het Engels komt het vaker voor dat mensen zichzelf of hun minderheidsgroep benoemen als ‘crips’ (van ‘cripple’).

7. Woordenlijst

  • (mindervaliden, andersvaliden) -> mensen met een handicap / personen met een functiebeperking
  • (mindervalide, gehandicapte) -> iemand met een handicap, persoon / partner / kind / jongere / oudere / acteur / schrijver,... met een handicap
  • (valide / normale mensen) -> mensen zonder handicap
  • (valide en mindervalide atleten) -> atleten met en zonder handicap
  • (gehandicapt zijn) -> een handicap hebben, een functiebeperking hebben
  • (lijden aan MS, ALS,...) -> MS, ALS hebben
  • (mentaal gehandicapten) -> mensen met een verstandelijke handicap
  • (fysiek gehandicapten) -> mensen met een fysieke handicap
  • (auditief gehandicapten) -> mensen met een auditieve handicap
  • (visueel gehandicapten) -> mensen met een visuele handicap
  • (doofstommen, gehoorgestoorden) -> dove of slechtohorende mensen; doofgeworden mensen
  • (blinden, slechtzienden) -> blinde of slechtziende mensen
  • (Mongolen, mongooltjes) -> mensen met downsyndroom / het syndroom van Down
  • (dwergen) -> mensen met een kleine gestalte
  • (hazenlip) -> lipspleet
  • (doventaal, gebarentaal) -> Vlaamse Gebarentaal
  • (doventolk, gebarentolk) -> Tolk Vlaamse Gebarentaal
  • (blindenhond) -> blindengeleidehond
  • (rolstoelpatiënt) -> rolstoelgebruiker, rolstoeler
  • (gekluisterd aan een rolstoel) -> een rolstoel gebruiken

 
Lees ook