Interview-tips

Wil een journalist je interviewen? Fijn! Nu kun je zelf iets doen om meer personen met een handicap in de media te krijgen. Je kan nu voor jezelf spreken, en men zal niet enkel over jou spreken. Tenminste, als je het goed aanpakt. Hier vind je een heleboel tips om een interview zonder al te veel kleerscheuren te overleven.
 

  1. Waarschuwing vooraf
  2. Journalist interviewt handicap
  3. Voorgesprek
  4. Wees voorbereid
  5. Een interview is geen examen
  6. Je boodschap overbrengen
  7. Journalistentrucs
  8. Geschreven pers
  9. Radio
  10. TV
  11. Bronnen en meer info


1.    Waarschuwing vooraf
Af en toe kan het gebeuren dat een journalist je negatief benadert of je te kijk wil zetten. Maar in het algemeen kun je er best van uitgaan dat een journalist je positief gezind is. Wees dus niet vijandig of ga niet te snel in de verdediging. Een journalist probeert zijn job te doen en weet dat jij ook jouw rol hebt. Beide partijen hebben elkaar nodig.
 
Niettemin blijf je best altijd een beetje op je hoede. Laat je niet verleiden tot een te grote intimiteit. De journalist is maar een tussenpersoon; besef dat je in feite spreekt tot een heel publiek van lezers, luisteraars of kijkers. Ook na het officieel gedeelte let je best op je woorden. “Off the record” bestaat niet en een interview is pas voorbij als de journalist de deur uit is.

2.    Journalist interviewt handicap
Als de media iemand met een handicap zelf aan het woord laten, willen ze vaak een heel persoonlijk verhaal. Ook in dat geval denk je best op voorhand na welke boodschap die je wil meegeven. Wat wil je dat er overkomt bij de lezer? Waar ga je dieper op in, waar blijf je beter kort en wat vermeld je liever niet?
 
Misschien wil je een bepaalde wantoestand aanklagen. Het is bijvoorbeeld onrechtvaardig dat de wachtlijsten zo lang zijn of dat je geen eigen budget krijgt om zelf je ondersteuning te regelen. Deze feiten verdienen natuurlijk aandacht. Anderzijds staan sommige kranten al bol van zielige slachtofferverhalen. Enkele tips:

  • Een persoonlijke invalshoek werkt, maar vergeet het grotere verhaal niet. Probeer geen medelijden op te wekken omwille van je handicap, maar verontwaardiging omwille van een betuttelend systeem.
  • Je bent meer dan je handicap. Toon je menselijkheid door te praten over je interesses, bezigheden en expertise op andere vlakken.


3.    Voorgesprek
Probeer altijd een voorbereidend gesprek te voeren. Als je hiervoor geen afspraak kunt maken, beschouw het eerste contact dan als het voorgesprek. Probeer hier zelf zoveel mogelijk informatie uit te halen. Een voorgesprek hoeft geen oefen-interview te zijn voor de journalist!
 
a.    Context
Veel hangt af van de context van je interview. De volgende zaken zijn essentieel om op voorhand te weten te komen:

  • Wat is de aanleiding van het artikel?
  • Wat is de invalshoek van de programmamaker?
  • Waar pas jij in het verhaal?
  • Wat is het onderwerp? Waarover zal het interview gaan?
  • Welke bronnen gebruikt de journalist?
  • Wie komt er nog aan bod?
  • Hoe stelt de journalist zich op, wat is zijn houding tegenover handicap?

De journalist is niet verplicht je al deze informatie te geven. Je moet vaak zelf het initiatief nemen en deze vragen op een handige manier stellen. Je kan ook veel te weten komen met een beetje opzoekwerk op internet. Het kan je een idee geven hoeveel hij/zij over het onderwerp weet en wat zijn/haar mening daarover is.
Overweeg goed of je in deze context wil meewerken. Als je bedenkingen hebt, kun je soms onderhandelen of andere voorstellen doen. Maar wees ook realistisch en probeer juist in te schatten in hoeverre je de ruimte krijgt om je eigen ding te doen.
In ieder geval ben je met deze contextinformatie beter voorbereid en zul je minder voor verrassingen komen te staan.
 
b.    Praktische info vooraf
Ook de praktische zaken moeten voordien uitgeklaard worden en kun je eventueel onderhandelen:

  • Voorbereidingstijd
  • Krijg je de vragen op voorhand door? Dit kan je een idee geven over de richting van het interview, ook al is een gesprek altijd spontaan en nooit helemaal voorspelbaar.
  • Is er nog een voorbereidend gesprek of is het meteen “voor echt”?
  • Worden je woorden opgenomen of opgeschreven? (geschreven pers)
  • Is de uitzending rechtstreeks of vooraf opgenomen? (radio of TV)
  • Krijg je inspraak achteraf? (zie Geschreven Pers)  Ook dit klaar je best op voorhand uit!


4.    Wees voorbereid
Eens je de contextinformatie hebt, kun je het interview voorbereiden.

  • Wat is jouw verhaal, jouw boodschap? Wat zijn de hoofdzaken, wat wil je zeker gezegd hebben?
  • Maak een lijstje van mogelijke vragen en hoe je erop zou antwoorden. Ga ervan uit dat je moeilijke of vervelende vragen zal krijgen, die niet altijd in verband staan met wat jij wilde vertellen.
  • Bedenk een aantal korte, veelzeggende zinnen die het goed zouden doen als kop of kort citaat. Maak het niet te moeilijk. Een simpele, krachtige zin maakt veel kans om de eindmontage te halen.

Zoek iemand die je kan helpen en met wie je kan oefenen.

5.    Een interview is geen examen
Een journalist is geen examinator. Meestal weet hij of zij veel minder van het onderwerp dan jij. Je moet niet bewijzen dat je het antwoord weet. Vragen zijn veeleer een uitnodiging of een kans om jouw verhaal te brengen.
Soms heeft de vraag weinig te maken met wat jij wilde zeggen. Ga er dan ook niet te diep op in en schakel meteen over naar jouw verhaal. Oefen op voorhand om altijd een verband te leggen met je eigen boodschap. Desnoods kun je één van de volgende zinnen gebruiken als bruggetje:

  • Laat me daaraan toevoegen dat…
  • Daarnaast moet u weten dat…
  • Vergeet daarbij niet dat…
  • Men moet er ook rekening mee houden dat…
  • Voor ik het vergeet, wil ik u er nog op wijzen dat…

Soms zou je liever helemaal geen antwoord geven. En soms is dat ook heel verstandig. Maar hoe doe je dat? Zeg nooit: “Geen commentaar” of: “Daar wil ik niets over zeggen.” Dat wekt nog meer nieuwsgierigheid, maar ook ergernis en het maakt een slechte indruk. Er zijn twee beter mogelijkheden. Ofwel kun je kort uitleggen waarom je niet wil antwoorden, bijvoorbeeld:

  • Ik praat liever niet te veel over mijn familie, uit respect voor hun privacy.
  • Wat zij daarvan vindt, kunt u beter aan haarzelf vragen.
  • Die vraag kan ik pas beantwoorden als die situatie zich daadwerkelijk voordoet.

Ongewenste vragen of veronderstellingen kun je ook omzeilen. Zeker als de journalist je woorden in de mond wil leggen. Zeg dan bijvoorbeeld:

  • Laten we het eens vanuit een ander standpunt bekijken.
  • We moeten oppassen dat we met zo'n stelling de essentie niet uit het oog verliezen, namelijk...
  • Ik vind dat  het debat beter gevoerd word over...
  • Ik zou natuurlijk een opsomming kunnen geven van al mijn medische gegevens, maar waar het eigenlijk om gaat is dat ik met de juiste hulpmiddelen en ondersteuning...


6.    Je boodschap overbrengen
Enkele cruciale tips om de controle te bewaren:

  • Pas DE VIJF W’s toe op alles wat je zegt: wie – wat – waar – wanneer – waarom  
  • GEEF FEITEN. Feiten zijn ook veiliger, duidelijker én kunnen meer indruk maken dan gewoon een mening. Begin zeker niet te liegen, want dat komt altijd uit.
  • WEES TER ZAKE. Ook al hoef je niet elke vraag letterlijk te beantwoorden, begin ook niet over iets totaal anders zonder een duidelijk verband te leggen.
  • HOU HET KORT EN SIMPEL. Mediaruimte is altijd beperkt, krantenartikels altijd te kort. Hou je boodschap dus ook kort en eenvoudig, als je wil dat hij juist overkomt. Hoe meer je vertelt, hoe meer de journalist moet knippen. Dan is de kans ook groter dat net dié uitspraken overblijven die jij minder belangrijk vindt, of die buiten hun context heel anders overkomen dan je bedoelde.
  • GEBRUIK ONELINERS. Bedenk op voorhand één (of meer) zinnen die je boodschap krachtig samenvatten. Zo heb je meteen een startzin om makkelijk op gang te komen.
  • VERMIJD JARGON. Ga ervan uit het publiek heel weinig afweet van het onderwerp. Veel woorden die voor ons dagelijkse kost zijn, hebben zij nog nooit gehoord, en zullen ze dus ook niet begrijpen.
  • HERHAAL, HERHAAL, HERHAAL je eigen boodschap. Zeg wat je wil zeggen steeds in andere woorden, zodat er zeker iets van doorsijpelt.
  • ZWIJG. Zeg niet meer dan nodig. Vermeld geen onnodige details, focus niet op bijzaken en sla niet te veel zijweggetjes in. De kans is groot dat de journalist dit er achteraf uitpikt en jouw hoofdzaken niet eens vermeldt.
  • Geef GEEN JA / NEE antwoorden. De geschreven pers kan je hiermee woorden in de mond leggen. Radio en TV knippen de vragen er graag uit; een ja/nee antwoord is dan niet erg hulpvaardig. Formuleer de zaken dus altijd in je eigen woorden, of herhaal desnoods letterlijk als je het er echt mee eens bent.


7.    Journalistentrucs
Laat je niet in de val lokken als journalisten het volgende doen:

  • Een positieve sfeer creëren en de lastige vragen op het einde stellen. Hiermee willen journalisten vermijden dat je meteen dichtklapt.
  • Over zichzelf vertellen om de sfeer nog gemoedelijker te maken. Je laat je dan makkelijker verleiden om meer te vertellen dan de bedoeling was.
  • Suggestieve of retorische vragen stellen, waarbij je de neiging hebt om “ja” te antwoorden, ook al zou je het zelf nooit zo zeggen.
  • Stilte. Voel je niet verplicht om de stilte op te vullen!
  • Dezelfde vraag telkens met andere woorden herhalen, zodat je je verplicht voelt om toch antwoord te geven.
  • Je antwoord onderbreken met nieuwe vragen, zodat je uit je evenwicht raakt.
  • Het interview zogezegd afsluiten. Je voelt je opgelucht dat het voorbij is, begint je antwoorden te relativeren of nieuwe informatie te geven, want het is toch “off the record”. Dat is echter niet het geval!

 

8.    Geschreven pers
Voor kranten en tijdschriften kan een interview verschillende functies hebben. Zorg dat je op voorhand weet om welke vorm het gaat.
Soorten interviews:

  • Achtergrond: de journalist wil wegwijs raken in het onderwerp. Vaak weet hij of zij nog niet wat voor soort artikel hieruit zal komen.
  • Lardering: de journalist zoekt één of meerdere citaten om een artikel te “spekken” , te illustreren of levendiger te maken.
  • Integraal interview: het artikel is volledig gebaseerd op het interview, dat natuurlijk eerst bewerkt wordt.
  • Middel om inzicht te krijgen in je persoon: hier gaat om de mens achter de functie. Dit komt vooral voor bij bekende figuren, maar het levensverhaal over iemand met een handicap kan soms ook die richting uit gaan.

Bij een achtergrondgesprek hoef je niet noodzakelijk een voorgesprek te vragen of zwaar te onderhandelen. Het heeft ook geen zin om inzage te vragen in de uiteindelijke tekst. In de andere gevallen zul je waarschijnlijk letterlijk geciteerd worden. Dan is een voorgesprek wel belangrijk en kun je ook vragen om de tekst voor publicatie na te lezen.  
 
Inzage voor publicatie:

  • Als je het artikel wil nalezen, bespreek dit dan vooraf!
  • Respecteer de deadlines, ze zijn heilig!
  • Begin het artikel niet te herschrijven. Raak niet aan de stijl of de commentaren van de journalist. Ook tegen de kop kun je niets beginnen.
  • Zit ook je eigen uitspraken niet te herschrijven, omdat ze wat beter zouden overkomen. Een journalist zal dit soort retoucheringen niet aanvaarden.
  • Verander alleen zaken die echt fout zijn en niet kloppen met de feiten. De journalist zal blij zijn met deze verbeteringen!
  • Heb je een flater begaan en spijt van wat je gezegd hebt, dan kun je hier begrip voor vragen. Beperk je indien mogelijk tot één uitspraak.

Nog enkele tips:

  • Structureer je verhaal. Maak die structuur extra duidelijk door af en toe een samenvatting tussendoor te geven.
  • Als je voelt dat het einde van het gesprek nadert, is zo’n samenvatting erg belangrijk. Zeg bijvoorbeeld: “We hebben heel wat besproken, ik ben benieuwd wat u daarvan gebruikt. Maar wat ik in ieder geval gezegd wil hebben, is…” Zo check je meteen of de journalist je punt wel begrepen heeft.


9.    Radio
Mensen luisteren vaak naar de radio terwijl ze ook nog iets anders doen. Ze luisteren dan niet altijd met volle aandacht. Het komt er dus op aan om de aandacht te trekken, maar ook om je boodschap heel direct en beknopt weer te geven.
 
Een radio-interview kan live zijn of vooraf opgenomen worden. In het laatste geval zal het gesprek gemonteerd worden en zullen bijvoorbeeld vragen wegvallen (geen ja/nee antwoorden!), maar ook langere zinnen waarin niet te knippen valt. Het interview kan plaatsvinden in een studio, op locatie of telefonisch.
 
Enkele algemene tips:

  • Zorg ervoor dat je weet wat de eerste vraag zal zijn en bereid je antwoord hierop voor. Dan ben je alvast goed begonnen. Maar laat je niet uit het veld slaan als de vraag opeens toch wat veranderd is!
  • Wees beknopt en to the point. Geef geen langdradige uitleg en spring niet van de hak op de tak! Beperk je tot de kernboodschap.
  • Herhaal belangrijke zaken. Zo zorg je ervoor dat de luisteraar je boodschap ook onthoudt.
  • Spreek in korte zinnen. Dit is niet alleen makkelijk om achteraf te monteren, het is ook makkelijker voor de luisteraar om te volgen. Spreken in korte zinnen is moeilijker dan je denkt; je kan dit best eens oefenen!
  • Lees niet voor. Je kan wel je aantekeningen bijhouden, maar zet daar enkel trefwoorden op. En laat het papier niet knisperen!
  • Benut je stem. De luisteraar kan niet horen dat je knikt, fronst of je schouders ophaalt. Anderzijds zal de klankkleur van je stem wel veranderen als je glimlacht of je handen mee beweegt.

In het beste geval gebeurt het interview in de studio. Toch worden de meeste interviews telefonisch verzameld. Het kost voor iedereen minder tijd vergt, maar er zijn ook nadelen. De kwaliteit van de klank veel slechter. Je hebt minder tijd om te overleggen en de journalist in te schatten. Vaak duren deze interviews ook korter.
 
Tips voor het telefonisch interview:

  • Zorg ervoor dat je (alleen) op een rustige plaats kan bellen.
  • Zet je radio uit of heel zacht.
  • Vraag minstens een (kort) voorgesprek en een paar minuten om je voor te bereiden.

Op locatie:

  • Heb begrip voor technische aspecten zoals achtergrondgeluiden,…
  • Schrik niet van de microfoon! Die wordt bij manier van spreken in je gezicht geduwd, maar dat is nodig voor de klankkwaliteit.
  • Schrik niet als de interviewer nogal luid spreekt. Je kan best hetzelfde volume benaderen.

Is het interview niet live, maar vooraf opgenomen? Dan is het in principe mogelijk om bij een valse start opnieuw te beginnen. Maar probeer te vermijden dat je dit meer dan één keer moet doen!

10.    TV
Naast alles wat hierboven staat, gelden voor het tv-interview nog een paar speciale regels. Hier telt uiteraard het beeld. De aandacht van de kijker gaat eerst en vooral naar al het visuele. Toch moet je zorgen dat hij toch hoort wat je zegt. Zorg dus dat hij niet wordt afgeleid!

  • Draag geen opvallende das, raar kapsel of opvallende bril.
  • Vermijd beeldstoring: draag geen kledij met dunne streepjes of ruitjes.
  • Draag ook geen diepzwart of fel wit.
  • Op locatie beslis je mee over de achtergrond: niet te druk, niet te veel beweging.
  • Zorg zelf voor beelden in je woorden: gebruik eens een vergelijking of vertel een herkenbaar verhaal.

Nog een paar belangrijke tips:

  • Kijk niet recht in de camera, dat komt agressief over. Kijk naar de interviewer.
  • Zorg ervoor dat je niet te veel naar boven of beneden moet kijken. Als je veel groter bent dan de interviewer, vraag dan of hij /zij ergens op kan staan. Als je in een rolstoel zit, vraag dan of zij/hij ook wil zitten.
  • Maak geen te grote armbewegingen, die dreigen buiten beeld te vallen.
  • Staand interview: hou je handen los naast je of neem bijv. een pen vast.
  • Zittend interview: leg je handen voor je. Zit niet onderuit gezakt, maar zit indien mogelijk rechtop.
  • Hou je gezicht neutraal als je niet aan het woord bent. Zit niet te knikken of te fronsen.
  • Glimlach ook eens! Zo kom je sympathieker over.

Ten slotte dreigt het gevaar van de zapper. Alles moet snel gaan, om de aandacht van de kijker vast te houden. Ga er meer dan ooit van uit dat je woorden geknipt zullen worden. Vermijd dat enkel dat stukje overblijft waarin je iets onbelangrijks vertelt. Je boodschap kort en krachtig samenvatten is een absolute must!
 
Is het interview niet live, maar vooraf opgenomen? Dan is het in principe mogelijk om bij een valse start opnieuw te beginnen. Maar probeer te vermijden dat je dit meer dan één keer moet doen!

11.    Bronnen & meer info
 

  • Ethicom: www.ethicom.be
  • Sander Schroevers: Omgang met de Media, Zeist 2006.
  • Jochum de Graaf en Stephan Steinmetz: Het mediaboek. Hoe kom je in de media? Rotterdam 2006
  • Bob in ’t Hout: De media methode. Utrecht 2002
  • Willem Bemboom: Omgaan met de media. Naarden 2008