Helpen of betuttelen?

Het komt erg betuttelend of zelfs onbeschoft over als je iemand ongevraagd ‘helpt’. Zomaar een rolstoelgebruiker duwen, de arm van een blinde vastpakken… niet iedereen zal dit appreciëren! Het is eigenlijk heel evident. Iemand zonder handicap sleur je ook niet mee. Je gaat niet zonder vragen een drankje voor hen bestellen of alvast suiker in de koffie doen. Normaal met mensen omgaan betekent vooral: gewoon doen.
 
Weet je het echt niet? Vraag het dan even, voor je handelt. Dan geef je hem of haar de kans om jouw vriendelijke aanbod te weigeren. Maar je hoeft zeker niet de hele tijd je hulp aan te bieden. Je kan er in het algemeen vanuit gaan dat mensen met een handicap uitstekend in staat zijn om hulp te vragen als ze die nodig hebben.
 
Het is eveneens betuttelend om je te richten tot de begeleider of assistent, in plaats van tot de persoon zelf. In de media horen of lezen we meestal over personen met een handicap, uit de mond van deskundigen of andere professionelen. Maar mensen met een handicap hebben ervaringsdeskundigheid en willen voor zichzelf spreken. Richt je tot hen en luister naar wat zij zelf te vertellen hebben. Als je hen behandelt als onmondige en incapabele mensen, zullen ze ook zo overkomen bij het publiek. Een dergelijke beeldvorming is echter niet meer acceptabel.
 
Sommige mensen met een verstandelijke handicap kunnen moeilijk communiceren of zullen niet al je vragen begrijpen. Dan kunnen hun ouders, partner, coach,… als tussenpersoon optreden. Zij kennen de persoon goed en kunnen zelf veel informatie geven. Zorg ervoor dat jij het perspectief van de persoon zelf centraal houdt.  Laat deze tussenpersonen zich bijvoorbeeld beperken tot het hertalen van jouw vragen en de antwoorden van de persoon, en deze hoogstens wat aanvullen.
 
Ook goed om weten: assistenten, tolken en hulphonden zijn eigenlijk een soort hulpmiddelen voor personen met een handicap. Vraag assistenten niet uit, want ze moeten sowieso neutraal en discreet blijven. Aai geen hulphonden, want dit leidt hen af van hun werk. Je kan natuurlijk wel iets te drinken of te eten aanbieden.
 
Lees meer:

 
Dit hoofdstuk is deels overgenomen uit: Rietje Krijnen en Ronald Besemer: Stijlvol. Journalistiek schrijven over mensen met een handicap of chronische ziekte, CG-Raad, Utrecht 2001. (Klik op "Media" in het menu.)