Visies op handicap - handicapmodellen

Doorheen de geschiedenis en in verschillende culturen zijn er veel manieren waarop mensen naar handicap kijken. We onderscheiden vier modellen: moreel (of religieus) model, medisch model, sociaal model en cultureel model. Verschillende modellen kunnen gelijktijdig voorkomen op dezelfde plaats of in hetzelfde mediabericht.
 
Het kan boeiend zijn om te achterhalen welk model ten grondslag ligt aan een artikel of programma. Het gaat immers niet alleen om de precieze woorden die men gebruikt. Veel belangrijker is de visie van waaruit de journalist of programmamaker (vaak onbewust) vertrekt en hoe die dan precies wordt ingevuld.
 

 
1. MEDISCH MODEL
 
Het medisch model is in het Westen veruit de populairste visie op handicap sinds de jaren ’70. Een functiebeperking wordt beschouwd als een afwijking die door dokters, hulpverleners en andere deskundigen zoveel mogelijk geminimaliseerd moet worden. (Fysieke) revalidatie staat centraal.
 
Het is heel goed mogelijk dat programma's of artikels over de medische kant van een beperking, toch vanuit een andere visie vertrekken, bijvoorbeeld een moreel model.
 
2. MOREEL MODEL
 
Morele en religieuze modellen gaan over zingeving: hoe verklaar je dat de ene mens een functiebeperking verwerft of ermee geboren wordt, en de ander niet? Wat doe je als maatschappij met die mensen en welk effect heeft dat op de persoon met een handicap zelf? Morele modellen bestaan al heel lang, maar zijn ook heel divers.
 
In bepaalde inheemse culturen van Amerika beschouwde men personen met een functiebeperking als wezens die dichter bij het goddelijke stonden. In het antieke Sparta gooide men baby’s met een functiebeperking dan weer van de rotsen. De talloze religieuze en morele visies op handicap bevatten naast een verklaring (noodlot, pech/geluk, goddelijke tussenkomst…) ook waardeoordelen. Die kunnen zowel negatief (straf van god, schuld, vloek, maatschappelijke last) als positief zijn (goddelijk, zegen, bovenmenselijk).
 
Ook vandaag zoeken mensen nog altijd naar een verklaring voor het bestaan van functiebeperkingen en naar een manier om ermee om te gaan. Vaak gaan deze visies gepaard met een idee van schuld of verantwoordelijkheid. Enkele populaire invullingen van het moreel model in het Westen zijn:

  • Medelijden. Die houding houdt verband met christelijke waarden als naastenliefde en liefdadigheid. Velen vinden dit nog steeds erg positieve waarden, maar mensen een handicap hebben de laatste jaren steeds meer laten blijken dat ze een houding van medelijden niet zo op prijs stellen.
  • Bewondering. Het tegenovergestelde van de arme sukkelaar is de held (mensen die iets kunnen wat jij niet kan, bijv. Superman) en het rolmodel (mensen op wie je wil gelijken, in wiens voetsporen je wil treden).
  • Individuele verantwoordelijkheid. Een beperking kun je overwinnen met wilskracht, motivatie en doorzettingsvermogen. Deze visie leunt aan bij het medisch model, maar vertrekt daar waar de macht van de dokter ophoudt.
  • Individuele schuld. Bij een verkeersongeval is het vaak de vraag wie in fout was, of iemand dronken reed,... Sommige mensen vinden dat de maatschappij niet zou moeten betalen voor wie zijn/haar beperking zelf (mede) heeft veroorzaakt.
  • Genetische oorzaak. Soms zegt men impliciet dat bepaalde mensen zich beter niet zouden voortplanten, wegens een vergroot risico op één of andere 'afwijking'.
  • Oorzaken tijdens de zwangerschap. Soms legt men expliciet of impliciet de schuld bij de moeder, omdat ze bijvoorbeeld zwanger werd na haar 35ste, bepaalde tests niet heeft ondergaan, bepaalde zaken (niet) heeft gedaan tijdens de zwangerschap (bijv. roken of drinken) of de zwangerschap niet heeft afgebroken.

 
3. SOCIAAL MODEL
 
Sociale modellen maken een onderscheid tussen functiebeperking en handicap. Iemand kan een beperking hebben van één of andere lichamelijke of geestelijke functie. Een handicap wordt dit pas wanneer de samenleving drempels opwerpt, ontoegankelijk is, geen gelijke kansen biedt.
 
Volgens het medische model moeten mensen hun handicap minimaliseren, zich normaliseren en zich aanpassen aan de samenleving. Wanneer dit niet lukt, vallen ze uit de boot. In onze maatschappij kunnen ze dan wel nog terecht in het buitengewoon onderwijs, beschutte werkplaatsen enz.
 
Sociale modellen stellen een inclusieve samenleving voorop. Dit is een samenleving die zich aanpast aan personen met een handicap. Mits de nodige aanpassingen kunnen ze zich overal vrij bewegen en kunnen ze terecht in het gewoon onderwijs, de reguliere arbeidsmarkt enz.
 
4. CULTUREEL MODEL
 
De drie voorgaande modellen (religieus-moreel, medisch, sociaal) zijn oudere modellen, maar ze bestaan nog steeds. Ze staan naast elkaar en zijn ten dele complementair. Op hun eigen terrein bieden ze een nuttige invalshoek.
 
Het cultureel model erkent de kwaliteiten van de voorgaande modellen en probeert die samen te brengen. Er worden wel enkele nieuwe accenten gelegd:

  • handicap-ervaring: iedereen heeft een ander verhaal en een andere beleving van zijn of haar beperking. Die eigenheid staat centraal. Men mag dus niet te snel veralgemenen!
  • handicap-identiteit: handicap wordt een deel van je identiteit. Het bepaalt mede wie je bent. Tegelijk is je handicap maar één eigenschap naast vele andere. Het kan bevrijdend zijn om een handicap-identiteit te ontwikkelen, je eigenheid te waarderen en niet (meer) te proberen om je handicap te ontkennen, verbergen en onderdrukken. Als je je handicap in je leven integreert, kun je bijv. ook hulp en hulpmiddelen aanvaarden. Handicap-identiteit is dus (het resultaat) van een proces dat heel wat potentieel biedt en transformerend kan werken.
  • handicap-cultuur: bepaalde personen met een handicap identificeren zich met elkaar in termen van een gedeelde ervaring, cultuur en waarden. Dit zien we vooral bij Doven en bij personen met een verstandelijke beperking.
  • handicap-wereldbeeld: vanuit je ervaring heb je een specifiek perspectief op de wereld.
  • ervaringsdeskundigheid: vanuit je ervaring en perspectief als persoon met een handicap, heb je een expertise die mensen zonder handicap niet hebben. In alles wat personen met een handicap aanbelangt, zou men hen dus moeten betrekken (Niets over ons, zonder ons!), maar ervaringsdeskundigheid heeft nog meer potentieel: zie handicap-kritiek.
  • ‘similar but different’: gelijkwaardig, maar verschillend. Een handicap is niet alleen een beperking, maar ook een meerwaarde.
  • handicap-kritiek: vanuit je ervaring(s)deskundigheid, je minderheidsperspectief en je handicap-wereldbeeld, kun je een meerwaarde betekenen en een bijdrage leveren aan maatschappelijke analyse en kritiek.

 
Lees een toepassing van de vier modellen op Voorbij De Grens.
Lees een meer uitgebreide tekst over sociale en culturele modellen.